India 2.0: Swahiii, Slijk en Sletsen in het Noorden
Daar was ik weer. Zes jaar nadat de eerste kiem van het India reisvirus werd geplant, landde ik in de zomer van 2025 opnieuw op Indiase bodem. Geen georganiseerde tour dit keerdoor mama en papa, maar een reis die ik van A tot Z zelf in elkaar had gebokst als eindwerk voor mijn school ‘De Met’. Het doel? Noord-India doorkruisen, van de modderige mangroves in het oosten tot de zwaarbewaakte grens in het westen. De Taj Mahal liet ik bewust links liggen—te druk, te cliché. Ik wilde het échte India, inclusief de chaos en de geur van wierook en riool.
Van Sokken tot Sunderbans
De start was in Kolkata. Een stad die voelt als een stoffig geschiedenisboek. In het prachtig oude museum spotte ik een man die zijn sokken zo hoog had opgetrokken dat ze bijna zijn korte broek raakten—stijlvol is een groot woord, maar memorabel was het wel.
Vanuit de stad vertrokken we richting de Sunderbans, het grootste mangrovebos ter wereld. De rit ernaartoe was een aanslag op mijn zenuwstelsel; onze chauffeur dacht blijkbaar dat hij in een Formule 1-wagen zat in plaats van een rammelende bak. Eenmaal op de boot ging het tempo van 200 naar 0. Twee dagen dobberen. Twee dagen turen naar het riet. Resultaat? Nul tijgers. Maar wel veel rust, dat ook.
Terug in de stad probeerden we College Street te vinden. We doken de bloedhete, overvolle metro in, dwaalden door duizend steegjes, maar de beroemde boekenmarkt bleef onvindbaar. India 1 - Wij 0.
Drijvende lijken en de "Swahiii"-roes
De nachtrein naar Varanasi was een belevenis op zich. De conducteur begreep er niks van dat mijn papa twee tickets op zijn naam had staan en probeerde verbeten die "extra" plek aan iemand anders te verkopen.
Varanasi zelf was intens. De Ganges stond door zware overstromingen zeker vier meter hoger dan normaal. We zagen de lijkverbrandingen bij de ghats en deden mee aan een obscure rookceremonie. Gehuld in dikke wolken rook moesten we constant "Swahiii!" roepen. Geen idee wat we precies aan het bezweren waren, maar we waren in elk geval compleet uitgerookt. Toen de hemelsluizen openstonden en de rioleringen overliepen, mengde het heilige Gangeswater zich met regen en drek. Daar sta je dan, op je teensletsen. De douche in het hotel was nog nooit zo welkom.
Selfies en Soldaten
Via Lucknow—verrassend genoeg de properste stad van de hele trip—vlogen we naar Amritsar. In Lucknow ontdekten we trouwens dat we plotseling wereldberoemd waren. Zodra één local een selfie vroeg, volgde de rest als een zwerm bijen. We hebben die dag zeker 1000 keer gelachen naar de camera.
Amritsar is de stad van de Sikhs en de Gouden Tempel. Het is ook een vegetarisch walhalla; in het centrum is geen stukje vlees te bekennen. De tempel zelf bezocht ik met een enorme slaapkop, waardoor ik pas achteraf op de foto's zag hoe mooi het eigenlijk was.
De grensceremonie met Pakistan was een absoluut hoogtepunt. Na een escalatie in het conflict in april was de spanning (en de trots) voelbaar. Duizenden Indiërs schreeuwden, zongen en dansten hun militairen toe, terwijl aan de overkant van de poort exact hetzelfde gebeurde. Een surrealistisch schouwspel van patriottisme.
Rajasthan: Kleuren en Katachtigen
Daarna doken we Rajasthan in: de Witte, Blauwe en Roze stad. Koeien op de weg zijn daar de standaard file. In een poging toch nog een tijger te zien, vertrokken we om 4 uur 's nachts voor een drie uur durende rit naar een reservaat. Het resultaat? Een onweer zo hevig dat de weg wegspoelde. Weer geen tijger.
Als pleister op de wonde deden we een luipaard-trip. De chauffeur was knetterstoned van de weed, maar hij vond ze wel! Met een rotvaart scheurden we daarna terug naar het hotel. In Jodhpur sliepen we in een prachtige haveli, al vocht ik de hele nacht met de airco die ofwel op 'Noordpool' of 'Sauna' stond.
In Udaipur was het nationale feestdag: Dry Day. Geen druppel alcohol te krijgen in het hele land... behalve op dat ene dakterras dat we vonden, waar pa toch stiekem een pintje kon scoren. Via Jaipur (mooi, maar toeristisch en mét ham in een restaurant!) eindigden we in Delhi Aerocity. Een hypermoderne bubbel vol toeristen die Old Delhi niet aandurven.
Het was een reis van uitersten. Modder, goud, uitlaatgassen en spirituele rook. India, je was prachtig en vermoeiend. Ooit kom ik terug. En dan pak ik die tijger.
Zelf ook een reis naar India aan het plannen voor je eindwerk of vakantie? Ik help je graag met mijn route en tips voor de beste dakterrassen!
Deel dit bericht